Page content

Bloemen in de 19de eeuw

De Geschiedenis van de bloemsierkunst

19de eeuw

Tijdens de eerste 60 jaar van de 19de eeuw bloeide de belangstelling voor bloemstukken op in Europa en werd veel vrijer. Symboliek en mysterie werden uitgebannen: de schilderijen gingen over niets anders dan de schoonheid van bloemen en hun decoratieve kwaliteiten.

Toen de interesse in bloemschikken in Verenigde Staten en Europa uitgroeide, was er geen diner meer compleet zonder bloemstukken zowel voor het huis als op tafel. Ook begonnen vrouwen ruikertjes te dragen wanneer ze naar een feest gingen. Bloemen waren een onderdeel geworden van het leven van de middenstand. Boeketten werden cadeau gegeven, en gebruikt in de modewereld. Het is geen toeval dat de taal der bloemen in deze tijd tot de etiquette ging behoren.

Naarmate er meer planten uit de hele wereld werden verzameld, kreeg de bloemschikker de beschikking over steeds meer soorten. Bloemen werden nog steeds geschikt op de informele wijze van de Hollandse en Vlaamse stillevens maar stonden vaak simpelweg in kannen en glazen vazen.

De grootse bloemenschilder van deze tijd was de fransman Henri Fantin-Latour. Het was in Groot-Brittanniƫ waar zijn bloemschilderijen de grote aandacht trokken. Daar had de industriƫle revolutie geleid tot een nieuwe rijkdom bij een publiek dat stond te trappelen om hun geld aan kunst uit te geven.

Eind 19de eeuw kwamen de impressionisten naar voren, die zich lieten inspireren door de natuur. Vincent van Gogh (1853- 1890) maakte schilderijen van graanakkers, zonnebloemen, irissen en kersbloesem die allen een overweldigende kracht hebben niet alleen door de afbeelding maar, ook door de techniek die van Gogh gebruikte.

Comment Section

0 reacties op “Bloemen in de 19de eeuw

Plaats een reactie


*